ECLI:NL:GHSHE:2017:1031
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof stelt partijen in de gelegenheid tot schriftelijke opmerkingen na HR-arrest over huwelijksvermogensrecht
In deze civiele zaak tussen een vrouw en een man, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, staat de verdeling van buitenlandse onroerende zaken centraal. Het hof heeft in eerdere tussenuitspraak partijen verzocht hun standpunten toe te lichten. Op 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin is geoordeeld dat bij de toepassing van art. 1:94 lid 2 BW Pro op buitenlandse onroerende zaken rekening moet worden gehouden met redelijkheid en billijkheid, mede gezien het toepasselijke buitenlandse erfrecht.
Het hof heeft partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de beschikking van 16 maart 2017 schriftelijke opmerkingen in te dienen over de gevolgen van het Hoge Raad-arrest voor hun eerdere standpunten. De beschikking houdt iedere verdere beslissing aan totdat partijen hun opmerkingen hebben ingediend.
De zaak betreft complexe vragen over de grensoverschrijdende toepassing van huwelijksvermogensrecht en de wijze waarop buitenlandse erfrechtelijke verkrijgingen binnen de Nederlandse gemeenschap van goederen vallen. Het hof benadrukt de stelplicht en bewijslast van de echtgenoot die zich beroept op redelijkheid en billijkheid om toepassing van de wet te beperken.
De uitspraak is gegeven door drie raadsheren en is een tussenbeschikking die het vervolg van het geding voorbereidt, waarbij het hof de zaak nog niet inhoudelijk heeft afgerond.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid schriftelijke opmerkingen te maken naar aanleiding van het Hoge Raad-arrest.