Appellante is in eerste aanleg onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. De rechtbank heeft de regeling tussentijds beëindigd op verzoek van de bewindvoerder wegens onvoldoende nakoming van verplichtingen, het ontstaan van nieuwe schulden en het niet voldoen aan de boedelafdracht.
Appellante heeft in hoger beroep betwist dat zij haar verplichtingen niet nakomt en stelde dat de nieuwe schulden grotendeels voldaan zijn en dat zij onterecht wordt verweten de informatieplicht niet na te komen. Zij gaf aan de uitleg bij het huisbezoek niet goed te hebben begrepen en dat zij saneringsgezind is.
Het hof heeft vastgesteld dat appellante structureel niet aan haar informatieplicht voldoet, geen boedelafdracht heeft verricht en nieuwe bovenmatige schulden heeft laten ontstaan. Tevens is de sollicitatieplicht niet nagekomen vanaf september 2016. Het hof concludeert dat de tekortkomingen appellante kunnen worden verweten en dat geen reden bestaat de regeling te verlengen of aan te houden.
Daarom bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank en beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds.