ECLI:NL:GHSHE:2017:1489
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kinderalimentatie en draagkrachtberekening na beëindiging relatie ouders
Partijen, ouders van een minderjarig kind, zijn in hoger beroep gegaan tegen de rechtbankbeschikking waarin de kinderalimentatie en het hoofdverblijf van het kind bij de vrouw zijn vastgesteld. De man betwistte de door de rechtbank berekende behoefte van het kind en zijn draagkracht, met name de wijze van berekening van zijn netto besteedbaar inkomen uit onderneming.
Het hof overwoog dat het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van de samenleving uitgangspunt is voor de behoeftebepaling van het kind. De man voerde aan dat lasten zoals hypotheekaflossingen en verzekeringspremies in mindering moesten worden gebracht op de winst, maar het hof volgde dit niet, behalve voor premies arbeidsongeschiktheidsverzekering, inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet. Het bedrijfspand werd als hobbymatig gebruik aangemerkt, waardoor de kosten daarvan niet als zakelijke lasten werden erkend.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van een formule die rekening houdt met forfaitaire woonlasten en overige lasten, uitgaande van een netto besteedbaar inkomen dat hoger was dan door de rechtbank berekend. De vrouw stelde dat de rechtbank de behoefte juist had vastgesteld. Het hof concludeerde dat de man in staat is de vastgestelde kinderalimentatie te voldoen en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank, waarbij het hoger beroep van de man werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de man af.