Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/295641 / HA ZA 15-138)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
De gezondheidsverklaring (prod. 2 inleidende dagvaarding) bevat, onder meer, het volgende:
“3A Uw gezondheidstoestandHeeft u hieronder een of meer categorieën aangekruist? Vul dan voor elke aandoening, ziekte of gebrek ook de vragen bij vraag 3B in bijvoorbeeld over raadpleging huisarts/specialist, blijvend letsel of arbeidsongeschiktheid.
“C verhoogde bloeddruk, beklemming of pijn op de borst, hartkloppingen, ziekten van hart of bloedvaten?”en daarachter handgeschreven vermeld
“te hoog (onderdruk)”[geïntimeerde] heeft niet aangekruist de categorieën:
“J huidaandoeningen, spataderen, open been, fistels, trombose, embolie?”en
“L ziekten, aandoeningen en/of gebreken (hier vallen ook klachten onder) die niet onder bovengenoemde categorieën kunnen worden geplaatst?”
“om de zoveel tijd al 5 jaar”.
“Polis beeindigen ivm niet akkoord met clausule. [geïntimeerde] [handtekening] 25-06-2015 Graag premierestitutie over maand mei en juni 2014.”
Het hof zal de grieven gezamenlijk bespreken.
ziekten, aandoeningen en/of gebreken (hier vallen ook klachten onder) die niet onder bovengenoemde categorieën kunnen worden geplaatst”.
Allereerst geldt hierbij dat de duur van de genezing van de wondjes niet uitzonderlijk was, dat [geïntimeerde] geen ingrijpende behandeling daarvoor heeft behoeven te ondergaan en dat hij geen blijvende klachten daaraan heeft overgehouden. [geïntimeerde] hoefde naar aanleiding hiervan niet te begrijpen dat hij de gevolgen van de stootincidenten diende aan te merken - en dus diende te vermelden - als
“aandoening”,
“ziekte”en/of
“gebrek”
“klachten”van de toekomstige verzekerde, maar hierbij heeft zij in het geheel geen beperking in de tijd aangebracht. Het standpunt van De Amersfoortse komt er dan (gelet op de tekst van de vragen onder 3A van de gezondheidsverklaring) op neer dat een toekomstig verzekerde alle klachten vanaf zijn geboorte op het aanvraagformulier moet vermelden, ook al is er geen arts of hulpverlener aan te pas gekomen, en zelfs als de klacht binnen zeer korte tijd en vanzelf is verdwenen. Gelet hierop heeft [geïntimeerde] in het onderhavige geval in redelijkheid mogen aannemen dat met de vragen werd gedoeld op klachten van een zekere ernst en heeft hij niet behoeven te begrijpen dat de eerder opgelopen wondjes aan zijn been relevant waren voor De Amersfoortse.