Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer c/01/253471/haza 12-859)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met 2 producties.
3.De beoordeling
- Zicht BV, de rechtsopvolger van [Financieel Adviseurs] Financieel Adviseurs B.V. (verder: [Financieel Adviseurs] ), is een adviesorganisatie, die zich onder meer richt op de bemiddeling en advisering inzake financiële diensten. Tussen [echtgenoot] en [Financieel Adviseurs] heeft in elk geval vanaf 1990 een overeenkomst bestaan inzake te verlenen advies- en bemiddelingsdiensten. De vaste adviseur van [echtgenoot] bij [Financieel Adviseurs] was de heer [vaste adviseur van appellant bij FA. B.V.] (hierna: [vaste adviseur van appellant bij FA. B.V.] ).
- Voorafgaand aan het huwelijk met [geïntimeerde] heeft [echtgenoot] , ondernemer/apotheker, onder bemiddeling van [Financieel Adviseurs] vier levensverzekeringen afgesloten in het kader van door [echtgenoot] afgesloten zakelijke leningen. De levensverzekeringen dienden tot zekerheid van die zakelijke leningen. Het gaat hierbij om de volgende vier verzekeringen:
- De premies voor de hiervoor genoemde verzekeringen werden door [Financieel Adviseurs] aan de verzekeraar betaald en vervolgens aan [echtgenoot] en [geïntimeerde] in rekening gebracht.
- De uitkeringen van alle zes hiervoor genoemde verzekeringen waren verpand aan derden. Na het overlijden van [echtgenoot] op 10 september 2008 zijn alle uit hoofde van de levensverzekeringen vrijgekomen uitkeringen ten goede gekomen van de pandhouders.
- De belastingdienst heeft [geïntimeerde] over 2008 aangeslagen voor een bedrag van € 655.267,00 wegens successierechten. Na door [geïntimeerde] gemaakt bezwaar is het bedrag aan te betalen successierechten naar beneden bijgesteld. [geïntimeerde] heeft de Belastingdienst uiteindelijk € 216.114,00 aan successierechten betaald. De Belastingdienst heeft de uit hoofde van de levensverzekeringen gedane uitkeringen beschouwd als erfrechtelijke verkrijgingen waarover successierechten betaald moesten worden.
- Op 7 september 2009 heeft de toenmalige gemachtigde van [geïntimeerde] [Financieel Adviseurs] aansprakelijk gesteld voor de door [geïntimeerde] als gevolg van de volgens haar tekortschietende advisering geleden schade (./. 5 bij inleidende dagvaarding).
- Bij brief van 22 februari 2010 heeft de advocaat van [Financieel Adviseurs] de aansprakelijkheid betwist.
- In verband met het te betalen bedrag aan successierechten heeft [geïntimeerde] op 15 oktober 2009 bij Fortis Bank een hypothecaire lening afgesloten voor een bedrag van € 250.000,00.
- Bij brief van 3 mei 2010 heeft de toenmalige gemachtigde van [geïntimeerde] aan de advocaat van [Financieel Adviseurs] onder meer laten weten dat de schade een bedrag van € 215.279,00 betrof.
Er bij wijze van veronderstelling (zie hierna bij de bespreking van grief II) van uitgaande dat ook bij de overeenkomsten I tot en met IV nog besloten had kunnen worden tot premiesplitsing in die zin, dat [geïntimeerde] met terugwerkende kracht als enige premieverschuldigde voor die overeenkomsten zou gaan gelden, dan had het op de weg van Zicht BV gelegen om [geïntimeerde] hierover in ieder geval in 2006 (alsnog) adequaat te informeren en te adviseren. Dat heeft zij ten onrechte nagelaten.
zal tevens in of bij haar akte opgave doen van verhinderdata van beide partijen in de periode van 4 tot en met 12 weken na datum van de antwoordakte. Zicht BV (althans haar raadsman) zal haar verhinderdata in dat verband tijdig aan [geïntimeerde] doen toekomen.