3.1.In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende door de kantonrechter vastgestelde feiten. Deze zijn in hoger beroep niet betwist en dienen het hof derhalve tot uitgangspunt.
a.
a) [geïntimeerde 1] , geboren op [geboortedatum] 1951, is met ingang van 15 december 1980 in dienst getreden van (de rechtsvoorgangster van) Stichting Rechtshulp Zuid Advocaten (hierna te noemen: RZA). Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van regiomanager.
b) Eind september 2005 heeft (de rechtsvoorgangster van) RZA met de Raad een “Overeenkomst inzake stelselherziening gesubsidieerde rechtsbijstand” (hierna te noemen: transitieovereenkomst of overeenkomst) gesloten.
c) RZA is op 28 november 2007 in staat van faillissement verklaard.
d) Bij beschikking van de kantonrechter van de Rechtbank Maastricht, locatie Heerlen, van 12 december 2007 is de arbeidsovereenkomst tussen [geïntimeerde 1] en RZA ontbonden per 1 januari 2008, waarbij aan [geïntimeerde 1] ten laste van RZA een vergoeding is toegekend “conform de wachtgelduitkering op grond van de CAO Rechtsbijstand”, met veroordeling van RZA tot betaling van deze vergoeding.
In de beschikking is onder meer overwogen:
“De onderhavige reorganisatie, die aanleiding is tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, is een (direct) gevolg van het in 2004 genomen besluit tot een stelselherziening van de gefinancierde rechtsbijstand. Daarop is van toepassing het Sociaal Plan 2004 Stelselherziening Gesubsidieerde Rechtsbijstand. Dit Sociaal Plan is ook voor [geïntimeerde 1] van toepassing. De kantonrechter stelt op basis van de overgelegde producties vast dat door de Raad (...) en de rechtsvoorganger van De Stichting Rechtshulp Advocaten Zuid een overeenkomst is gesloten, die (...) inhoudt dat de Raad (...) met name ten aanzien van [geïntimeerde 1] heeft toegezegd het wachtgeld te vergoeden aan De Stichting Rechtshulp Advocaten Zuid, dat deze (eventueel) dient te betalen aan [geïntimeerde 1] , een en ander conform het gestelde in bijlage 8 bij de voormelde overeenkomst.”
e) In overleg met de curator in het faillissement van RZA heeft de Raad vanaf 1 januari 2008 het wachtgeld aan [geïntimeerde 1] betaald via uitvoeringsinstanties [uitvoeringsinstantie 1] respectievelijk [uitvoeringsinstantie 2] (hierna ook te noemen: [uitvoeringsinstantie 1] en [uitvoeringsinstantie 2] ).
f) Bij vonnis van deze rechtbank van 25 juni 2013 is het schuldeisersakkoord, waarin RZA volledige betaling van de erkende vorderingen aanbood, gehomologeerd. Het faillissement van RZA is vervolgens geëindigd doordat voormeld vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
g) De Raad heeft daarop de betaling van het wachtgeld aan de uitvoeringsinstanties stopgezet. Sedertdien heeft RZA het wachtgeld aan de uitvoeringsinstanties voldaan.
h) Bij notariële akte d.d. 26 augustus 2013 zijn de statuten van RZA gewijzigd, waarbij ook de naam van RZA is gewijzigd in “Stichting BATNA”.