ECLI:NL:GHSHE:2017:1784
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking duur concurrentiebeding tot 18 maanden na beëindiging arbeidsovereenkomst
De werknemer trad in september 2013 in dienst bij de werkgever voor een periode van 28 maanden als bedrijfsleider. In de arbeidsovereenkomst was een concurrentiebeding opgenomen dat een verbod inhield om gedurende vijf jaar na beëindiging van het dienstverband in soortgelijke bedrijven te werken of een dergelijk bedrijf te drijven. Na het einde van het dienstverband vorderde de werknemer onder meer vernietiging van het concurrentiebeding en betaling van boetes.
De kantonrechter beperkte het concurrentiebeding tot één jaar en wees diverse vorderingen deels toe en deels af. De werkgever ging in hoger beroep en vorderde dat het hof het concurrentiebeding zou herstellen en beperken tot twee jaar. Het hof oordeelde dat het concurrentiebeding geldig was, maar dat de duur van vijf jaar onbillijk was gelet op de korte duur van het dienstverband en de omstandigheden van de werknemer.
Het hof stelde vast dat de werknemer onvoldoende had onderbouwd dat hij ernstig werd benadeeld in zijn arbeidsmogelijkheden, maar dat de lange duur van het beding in verhouding tot de arbeidsovereenkomst onredelijk was. Ook speelde mee dat de werknemer al een jaar voor het formele einde van het contract was buitengesloten van bedrijfsinformatie. Daarom beperkte het hof de duur van het concurrentiebeding tot 18 maanden na het einde van het dienstverband.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt beperkt tot een duur van 18 maanden na beëindiging van het dienstverband.