ECLI:NL:GHSHE:2017:2214
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis wegens woninginbraak en vluchtgevaar
Verdachte, een 18-jarige zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, wordt verdacht van poging tot woninginbraak in vereniging op 7 april 2017. Getuigen zagen verdachte en een medeverdachte op heterdaad in de woning, waarna zij werden aangehouden. Forensisch onderzoek vond schoenafdrukken en een sok die aan verdachte toebehoorde.
Het hof beoordeelt de voorlopige hechtenis aan de hand van artikel 5 EVRM Pro en nationale wetgeving, waarbij het uitgangspunt is dat een verdachte zijn berechting in vrijheid mag afwachten. Voorlopige hechtenis is toegestaan bij ernstige bezwaren, vluchtgevaar, gevaar voor herhaling, dwarsbomen van onderzoek of ernstige strafbare feiten.
Het hof oordeelt dat er ernstige bezwaren zijn en dat vluchtgevaar bestaat vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats en het reizende bestaan van verdachte. Ook is er gevaar voor herhaling omdat verdachte geen reguliere inkomsten heeft en mogelijk opnieuw strafbare feiten pleegt om in levensonderhoud te voorzien.
Verdachte stelde dat zij vrijwillig was teruggetreden, maar het hof ziet dit niet als vrijwillige terugtred. Ook is het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen omdat voorwaarden onvoldoende garanties bieden tegen vlucht en herhaling.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de voorlopige hechtenis bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de voorlopige hechtenis van verdachte en wijst het verzoek tot schorsing af.