ECLI:NL:GHSHE:2017:2316

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 juni 2017
Publicatiedatum
1 juni 2017
Zaaknummer
200.205.020_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.H.J.M. Mertens - Steeghs
  • C.N.M. Antens
  • M.C. Bijleveld - van der Slikke
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging echtscheiding ondanks bezwaar man tegen inschrijving in registers

Partijen zijn op 15 juli 2011 gehuwd. De rechtbank Limburg sprak op 6 september 2016 de echtscheiding uit en bepaalde partneralimentatie. De man ging in hoger beroep tegen de echtscheiding en de alimentatie, stellende dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht was en hij niet wilde scheiden.

Tijdens de mondelinge behandeling op 15 mei 2017 verklaarde de man dat hij de echtscheiding accepteerde, maar bezwaar maakte tegen de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers vanwege financiële gevolgen. Het hof oordeelde dat dit bezwaar geen grond is om de echtscheiding tegen te houden en dat de stelling dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht is, niet langer werd gehandhaafd.

Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank Limburg voor zover het de echtscheiding betreft en hield iedere verdere beslissing aan. De partneralimentatie en andere aspecten werden niet inhoudelijk behandeld in deze uitspraak.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding uitgesproken door de rechtbank Limburg ondanks het bezwaar van de man tegen inschrijving in de registers.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
Uitspraak: 1 juni 2017
Zaaknummer: 200.205.020/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/215050 / FA RK 15-4353
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: de man,
advocaat: aanvankelijk mr. L.E.M. Elbertse, thans zonder advocaat,
tegen
[verweerster],
wonende op een geheim adres in Nederland,
verweerster,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. L.P.W. Zanders.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 september 2016.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 5 december 2016, heeft de man verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen voor zover het betreft de uitgesproken echtscheiding en voor zover daarbij de partneralimentatie is bepaald op € 1.370,- (hof: per maand) en, opnieuw rechtdoende:
- het verzoek om de echtscheiding uit te spreken, af te wijzen;
- het verzoek om partneralimentatie te bepalen, af te wijzen dan wel deze alimentatie te bepalen op nihil en de betalingsverplichting te beperken tot een periode gelijk aan de duur van het huwelijk.
2.2.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 januari 2017, heeft de vrouw verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de grieven en verzoeken van de man af te wijzen als zijnde niet-ontvankelijk, dan wel ongegrond, niet bewezen en/of feitelijk onjuist.
2.3.
De mondelinge behandeling, die uitsluitend betrekking had op dat deel van het hoger beroep dat ziet op de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding, heeft plaatsgevonden op 15 mei 2017. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • de man;
  • de vrouw, bijgestaan door mr. Zanders en door de tolk de heer M. Chibiane.
Mr. Elbertse heeft het hof bij bericht van 5 mei 2017 laten weten niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zullen zijn. Bij bericht van 15 mei 2017 heeft mr. Elbertse zich als advocaat onttrokken.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de processtukken van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 15 december 2016.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen zijn op 15 juli 2011 met elkaar gehuwd.
3.2.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond,
onder meer tussen partijen de echtscheiding uitgesproken.
3.3.
De man is van deze beschikking in hoger beroep gekomen en heeft verzocht zoals hiervoor onder rechtsoverweging 2.1 is weergegeven.
3.4.
De eerste grief van de man is gericht tegen de echtscheiding. In het beroepschrift voert hij met deze grief aan dat er geen sprake is van een duurzame ontwrichting van het huwelijk van partijen en dat hij niet wil scheiden.
De vrouw heeft de grief van de man bestreden.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verklaard dat hij het eens is met de echtscheiding, maar dat hij bezwaar heeft tegen de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand vanwege de daaraan verbonden financiële gevolgen. Het hof begrijpt uit deze verklaring van de man dat hij zijn stelling dat het huwelijk niet duurzaam is ontwricht, niet langer handhaaft zodat de eerste grief van de man faalt. Het hof is van oordeel dat het door de man aangevoerde bezwaar tegen de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand geen in aanmerking te nemen verweer tegen de echtscheiding vormt.
Het hof zal de bestreden beschikking op dit punt dan ook bekrachtigen.
3.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van
6 september 2016 voor zover daarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H.J.M. Mertens - Steeghs, C.N.M. Antens en M.C. Bijleveld - van der Slikke en is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.