Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- het eigen risico dat de man stelt ten behoeve van zichzelf en [zoon] te voldoen, nu de vrouw deze kosten betwist en uit niets blijkt dat de man het eigen risico daadwerkelijk betaalt;
- de zogenoemde “tiende”, de bedragen die de man maandelijks aan de kerkelijke gemeenschap doteert ad € 300,- per maand. De man beschouwt het als een dringende morele verplichting deze bedragen aan de gemeenschap de doteren en doet dit ook al vanaf zijn zeventiende, zo ook gedurende het huwelijk van partijen. De rechtbank heeft naar het oordeel van het hof echter terecht overwogen dat dit een verplichting betreft die (juridisch) geen voorrang heeft op zijn wettelijke alimentatieverplichting. De man heeft in hoger beroep niets aangevoerd dat het oordeel van het hof anders maakt. Hij zal de tienden uit zijn vrije ruimte dienen te voldoen.
- een schuld aan zijn moeder ad € 11.000,-, waarop hij naar eigen zeggen met € 100,- per maand aflost.
- de kosten van herinrichting. De man heeft deze kosten in het geheel niet geconcretiseerd. Nu de vrouw deze kosten bovendien gemotiveerd heeft betwist houdt het hof daar geen rekening mee.