ECLI:NL:GHSHE:2017:2547
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. van Winkel
- P.M.M. Mostermans
- A.M.M. Hompus
- Rechtspraak.nl
Ouders gehouden tot bijdrage in studiekosten meerderjarige na 21 jaar volgens echtscheidingsconvenant
Het geschil betreft de vraag of de vader op grond van een bepaling in het echtscheidingsconvenant gehouden is tot het betalen van een onderhoudsbijdrage aan zijn meerderjarige dochter die na haar 21e levensjaar een hbo-opleiding volgt en niet geheel in haar levensonderhoud kan voorzien.
De vader stelde dat de bepaling in het convenant onduidelijk is en dat hij niet gehouden is tot doorbetaling van alimentatie na het 21e levensjaar, tenzij sprake is van behoeftigheid zoals bepaald in artikel 1:392 lid 2 BW Pro. De moeder en dochter betwistten dit en stelden dat partijen juist een niet-standaard regeling zijn overeengekomen om de studiekosten na het 21e levensjaar te dekken.
Het hof overwoog dat het echtscheidingsconvenant door de gezamenlijke advocaat is opgesteld en dat uit de tekst en omstandigheden blijkt dat partijen de verplichting tot bijdrage na het 21e levensjaar hebben beoogd. Het hof verwierp het standpunt van de vader dat de wettelijke norm van behoeftigheid van toepassing is en oordeelde dat de ouders naar draagkracht moeten bijdragen zolang de dochter studeert en niet zelf kan voorzien.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde voor recht dat de ouders gehouden zijn tot bijdrage na het 21e levensjaar, en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere vaststelling van de hoogte van de bijdrage. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Ouders zijn gehouden tot een naar draagkracht berekende bijdrage in de studiekosten en het levensonderhoud van hun meerderjarige studerende dochter na haar 21e jaar.