ECLI:NL:GHSHE:2017:285
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na wijziging ondernemingsvorm en inkomensgeschil
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Limburg die hem niet-ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek tot verlaging van partneralimentatie. Hij stelde dat de omzetting van zijn eenmanszaak in een vennootschap onder firma (vof) met zijn zoon als medevennoot een feitelijke inkomenswijziging met zich bracht. De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vof daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte en dat er geen feitelijke wijziging van zijn inkomen was.
De vrouw betwistte de wijziging en stelde dat de man de vof gebruikte om onder zijn onderhoudsverplichting uit te komen. Zij voerde aan dat de zoon financieel afhankelijk is en dat er geen bewijs was van betalingen aan hem als vennoot. Het hof stelde vast dat de man onvoldoende verificatoire bescheiden had overgelegd, zoals jaarstukken van de vof, en dat de vof pas laat was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ook was de zoon gedurende een deel van de periode gedetineerd en had hij geen officiële loonbetalingen ontvangen.
Het hof oordeelde dat de man niet aannemelijk had gemaakt dat de wijziging van ondernemingsvorm een rechtens relevante wijziging van omstandigheden opleverde die een verlaging van de partneralimentatie rechtvaardigde. De rechtbank had de man ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, maar het hof wees het verzoek alsnog af. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de aard van de procedure tussen gewezen echtgenoten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van partneralimentatie af wegens onvoldoende bewijs van feitelijke inkomenswijziging.