Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag opgelegd over het jaar 2013, inclusief belastingrente van €282. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Het geschil betrof uitsluitend de vraag of de belastingrente terecht in rekening was gebracht. Belanghebbende stelde dat de belastingrente onredelijk was omdat de Belastingdienst de voorlopige aanslag van €5.917 over een lange periode ter beschikking had gehad zonder rentevergoeding, wat tot dubbele renteheffing zou leiden.
Het Hof oordeelde dat de belastingrente conform de wettelijke bepalingen was berekend en dat de wet geen mogelijkheid biedt tot vermindering of compensatie van de belastingrente vanwege de terbeschikkingstelling van de voorlopige aanslag. Ook is het Hof niet bevoegd om op grond van redelijkheid en billijkheid hiervan af te wijken.
De conclusie is dat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd. Tevens is er geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.