ECLI:NL:GHSHE:2017:312
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van investeringsvergoedingsregeling in samenlevingsovereenkomst bij onderwaarde woning
Partijen, die tussen 1995 en 2012 een affectieve relatie hadden, sloten in 2009 een samenlevingsovereenkomst waarin werd afgesproken dat de vrouw een nader te bepalen bedrag zou investeren in een door de man aangekochte woning. Bij verkoop of einde relatie zou eventuele overwaarde gelijkelijk worden gedeeld, waarbij de vrouw eerst haar investering terugkrijgt. De woning werd in 2009 gekocht en verbouwd, waarna partijen er gingen samenwonen. De vrouw verliet de woning in 2012.
De vrouw vorderde in eerste aanleg betaling van €71.379,43 wegens haar investeringen in de woning, vermeerderd met rente. De man betwistte dit, stellende dat terugbetaling alleen bij overwaarde mogelijk is, en dat de vrouw onvoldoende heeft aangetoond daadwerkelijk te hebben geïnvesteerd. De rechtbank wees de vordering af omdat geen sprake was van overwaarde.
In hoger beroep stelde de vrouw dat artikel 12 niet Pro beperkt is tot overwaarde en dat partijen hun samenleving zoveel mogelijk op een huwelijk wilden laten lijken, met een nominaal vergoedingsrecht. Het hof oordeelde dat er een leemte bestond in artikel 12 omtrent Pro onderwaarde, en dat redelijkheid en billijkheid een nominale terugbetaling van investeringen vereisen. Het hof stelde vast dat de vrouw een bedrag van €15.000 daadwerkelijk had geïnvesteerd en kende dit toe met wettelijke rente. De overige vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €15.000 aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente, en proceskosten worden gecompenseerd.