Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/190410 / HA ZA 14-219)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi gehouden op 14 juni 2017, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd, in het geval van [appellante] met een productie.
3.De beoordeling
per jaar. Voorts moet ten aanzien van het percentage van 10% eieren dat van derden mag worden verwerkt uitgegaan worden van
alleverwerkte eieren (dus inclusief de hoeveelheid verwerkte eieren van derden). Tot slot moet uitgegaan worden van een gemiddelde legcapaciteit van 93,5% per vergunde kip. Wordt daarvan uitgegaan dan is er geen sprake van overtreding. Aldus – steeds – [appellante] .
per week. De gemeente stelt zich voorts op het standpunt dat het percentage van 10% niet ziet op alle verwerkte eieren, maar “slechts” op het aantal te verwerken eigen eieren dat gelegd is. Ook heeft de gemeente aangevoerd dat de legcapaciteit 80% rechtens een gegeven vormt.
Van ondergeschiktheid is geen sprake wanneer de omvang van de gewraakte verwerking groter is dan ca. 10% van de omvang van de te verwerken producten van het ter plaatse aanwezige pluimveebedrijf.” Zoals de gemeente tijdens het pleidooi heeft toegelicht, is met de zinsnede “
10% van de omvang van de te verwerken producten van het ter plaatse aanwezige pluimveebedrijf”bedoeld 10% van het aantal te verwerken eigen eieren dat gelegd is. Voorts heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak van 11 juni 2014 (productie 24 bij de conclusie van antwoord) in 8.1 overwogen dat, kort gezegd, uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 21 september 2005 en 31 oktober 2012 volgt dat 10% van de te verwerken eieren
van het eigen bedrijf(onderstreping hof) van derden afkomstig mag zijn. Ook het hof legt de last gelet op het voorgaande aldus uit. Voor zover de grieven ertoe strekken de civiele rechter de last te laten herformuleren is daarvoor in deze procedure geen plaats, en kunnen de grieven ook reeds daarom niet slagen.
Nadere overwegingen van ons besluitis opgenomen onderdeel uitmaakt van de last. Dit blijkt ook de verwijzing in de last op pagina 1 naar deze nadere overwegingen. Onder genoemd kopje is onder meer het volgend opgenomen:
“De totale bijkoop het jaar rond bedraagt 10%”. Dit kan haar evenwel niet baten. Genoemde zin is opgenomen op de vijfde pagina van de last onder dwangsom waar de gemeente reageert op de tegen haar voornemen een last onder dwangsom uit te vaardigen ingebrachte zienswijze van [appellante] . Deze zin betreft de door [appellante] zelf in het kader van haar zienswijze overgelegde gegevens, en heeft geen betrekking op de door de gemeente gehanteerde berekeningswijze voor vaststelling van overtredingen.