Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die haar verzoek tot eenhoofdig ouderlijk gezag over haar minderjarige kind heeft afgewezen. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun kind, dat sinds mei 2016 onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling.
De moeder voert aan dat de communicatie tussen haar en de vader slecht is, wat leidt tot conflicten over belangrijke beslissingen zoals schoolkeuze, medische behandelingen en vakanties. Zij stelt dat de vader al jaren niet actief betrokken is bij het leven van het kind en dat het kind klem zit tussen de ouders. De vader betwist dit en stelt dat hij weliswaar beperkt contact heeft, maar dat hij zijn gezagsrechten niet belemmert en dat de moeder verantwoordelijk is voor de gebrekkige zorgregeling.
De gecertificeerde instelling erkent de slechte communicatie en benadrukt het belang van een ouderschapsbemiddelingstraject. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert het gezamenlijk gezag te handhaven en te werken aan verbetering van de samenwerking.
Het hof oordeelt dat er weliswaar sprake is van communicatieproblemen en een klempositie van het kind, maar dat verbetering binnen afzienbare tijd verwacht wordt door concrete afspraken en begeleiding. Er is geen sprake van ernstige belemmering door de vader of onbereikbaarheid. Het enkele feit dat er momenteel geen contact is tussen vader en kind is onvoldoende reden voor wijziging van het gezag. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af.