Appellant, sinds 2005 in dienst bij geïntimeerde als productiemedewerker, werd in april 2011 volledig arbeidsongeschikt. Na twee jaar arbeidsongeschiktheid heeft geïntimeerde de arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van het UWV. Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, onder meer vanwege een valse reden en de gevolgen voor hem.
De kantonrechter kende een gefixeerde schadevergoeding toe, maar wees de overige vorderingen af. In hoger beroep voerde appellant aan dat de reden voor ontslag vals was en dat de belangenafweging ten onrechte in het voordeel van geïntimeerde was uitgevallen.
Het hof oordeelde dat de reden voor ontslag niet vals was, omdat appellant langdurig arbeidsongeschikt was en de UWV-ontslagvergunning terecht was verleend. Ook vond het hof dat de omstandigheden van appellant, zoals leeftijd, schulden en taalachterstand, niet zodanig afweken dat het ontslag kennelijk onredelijk was. Verder kon appellant geen causaal verband aantonen tussen arbeidsomstandigheden en arbeidsongeschiktheid.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.