ECLI:NL:GHSHE:2017:3386
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag moeder over minderjarige na langdurige uithuisplaatsing
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die haar het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind heeft ontnomen en de Stichting Jeugdbescherming Brabant tot voogd heeft benoemd. De minderjarige verblijft sinds november 2013 bij pleegouders, die tevens familie zijn, nadat zij op grond van een machtiging uithuisgeplaatst werd vanwege ernstige zorgen over huiselijk geweld en instabiliteit in het gezin.
De moeder betoogt dat de situatie verbeterd is: de relatie met de vader is stabieler, zij heeft een inkomen en een woonadres, en er is een omgangsregeling waarbij het kind elk weekend bij de ouders verblijft. Zij wil het gezag behouden en eventueel een thuisplaatsing onderzoeken. De GI en de raad wijzen echter op de kwetsbaarheid van de gezinssituatie, afhankelijkheid van de moeder van haar vader en de vader van de vader, en het ontbreken van een veilige en stabiele omgeving voor het kind.
Het hof overweegt dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd indien het gezag bij de moeder blijft, mede vanwege de langdurige problematiek en het niet slagen van eerdere hulpverleningstrajecten. Het kind is gehecht aan het pleeggezin en bevindt zich in een stabiele opvoedingssituatie. Het hof acht het belang van het kind gediend met continuering van deze situatie en bevestigt dat het beëindigen van het gezag niets afdoet aan het belang van contact tussen moeder en kind.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank die het gezag van de moeder beëindigt en de Stichting Jeugdbescherming Brabant tot voogd benoemt, waarmee duidelijkheid en stabiliteit voor het kind worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige en benoemt de Stichting Jeugdbescherming Brabant tot voogd.