Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de inleidende verzoeken van de moeder af te wijzen;
- te bepalen dat partijen een co-ouderschapsregeling over [minderjarige] zullen uitoefenen in die zin dat zij de zorg over [minderjarige] 50-50 zullen verdelen;
- de raad met een onderzoek te belasten om te onderzoeken of een emigratie naar Engeland in het belang van [minderjarige] is en welke zorgverdeling in het belang van [minderjarige] is;
- ingevolge artikel 1:250 BW Pro een bijzondere curator te benoemen om [minderjarige] te vertegenwoordigen;
- een contactregeling te bepalen tussen de vader en [minderjarige] die recht doet aan hun onderlinge band, met in ieder geval 25 contactmomenten per jaar en waarbij de meeste contacten in Nederland plaats zullen vinden;
- een ruime financiële compensatie door de moeder aan de vader.
- een contactregeling te bepalen tussen de vader en [minderjarige] die recht doet aan hun onderlinge band met 21 contactmomenten, waarvan 4 in Engeland (ieder jaargetijde) en 17 in Nederland;
- te bepalen dat de moeder de vader een financiële compensatie dient te betalen van € 1.750,- per 4 contactmomenten in Engeland;
- te bepalen dat de moeder de vader een financiële compensatie dient te betalen voor de door de vader gemaakte juridische kosten, waaronder de kosten voor een advocaat en het griffierecht in beide instanties, in goede justitie door het hof te bepalen.
- de vader, bijgestaan door mr. M.M.E. Rietjens;
- de moeder, bijgestaan door mr. J.M.H. Vullings;
- de raad, vertegenwoordigd door mr. [vertegenwoordiger van de raad] .
- een journaalbericht van de vader met productie, ingekomen ter griffie op 14 augustus 2017;
- de ter zitting door mr. Rietjens voorgedragen pleitnota.