ECLI:NL:GHSHE:2017:3799
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bekrachtigd waarbij het verzoek van schuldenares tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is afgewezen. De rechtbank oordeelde dat schuldenares niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van een substantieel deel van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Schuldenares had een schuld van ruim €13.000, waarvan circa €12.500 aan haar ex-echtgenoot. Uit eerdere rechtspraak bleek dat zij zonder recht of titel een bedrag van €5.000 uit een kluis had weggenomen. Schuldenares stelde dat dit geld was gebruikt voor noodzakelijke kosten van levensonderhoud, maar kon dit niet met stukken onderbouwen. Bovendien gebruikte zij een deel van het geld voor de aanschaf van een auto terwijl zij al een eigen uitkering genoot.
Het hof oordeelde dat schuldenares niet te goeder trouw handelde bij het ontstaan van deze schuld en dat er onvoldoende informatie was om de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank had dan ook terecht het verzoek afgewezen en het hof bekrachtigde dit vonnis.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw.