Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Heerd;
- de man, bijgestaan door mr. Smeets.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 26 november 2015;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 23 september 2016
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 21 april 2017;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 24 april 2017.
3.De beoordeling
- conform hetgeen waarover partijen overeenstemming hebben bereikt, zoals opgenomen in de (tussen)beschikking van de rechtbank Limburg van 26 november 2014 onder punt 2.4;
- vastgesteld dat partijen beiden voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld bij de ouders van de man (totaal € 40.654,--), waarbij de man deze schuld aan zijn ouders dient te voldoen, onder vrijwaring van de vrouw, terwijl de vrouw aan de man een bedrag van € 20.327,-- dient te voldoen, welk bedrag zal worden verhoogd met een rente van 8% over € 18.827,-- vanaf 30 januari 2015 tot het moment waarop zij dit bedrag van € 18.827,-- aan de man heeft voldaan;
- bepaald dat elke partij de eigen kosten van de procedure draagt;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
- de schuld bij de vader van de vrouw (grief 1 en 2 principaal appel);
- de schuld bij de ouders van de man (grief 3 en 4 principaal appel);
- aanslag IB 2013 (vermeerdering verzoek van de vrouw);