Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op 22 juni 2014 te Ewijk, gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen een kogel afgevuurd op [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] door die kogel in het lichaam werd getroffen, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
hij op 22 juni 2014 in de gemeente Sint-Michielsgestel tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht, immers hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar opzettelijk een brandversnellende vloeistof over het interieur van een (personen)auto (merk Renault Kangoo) gespoten en/of gesprenkeld en vervolgens door middel van open vuur deze vloeistof tot ontsteking gebracht, ten gevolge waarvan die (personen)auto vlam vatte, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor de in die personenauto gelegen goederen te duchten was.
pag. 111
p. 181
Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op: medeplegen van moord.
medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) jaren.
€ 9.762,65 (negenduizend zevenhonderdtweeënzestig euro en vijfenzestig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 9.762,65 (negenduizend zevenhonderdtweeënzestig euro en vijfenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
83 (drieëntachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.