Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/03/200425, rolnummer HA ZA 14-756)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- Op [datum] 2012 fietste [appellant] , op dat moment 70 jaar oud, op een elektrisch aangedreven herenfiets in [plaats] met een snelheid van ongeveer 10 à 15 kilometer per uur over het eenrichtingsfietspad gelegen aan de [straat] in zuidwestelijke richting. Op dezelfde tijd fietste [geïntimeerde] , op dat moment (omstreeks) 39 jaar oud, op hetzelfde fietspad op een mountainbike (zonder fietsbel) in dezelfde richting met een snelheid van ongeveer 20 à 25 kilometer per uur.
- Vóór de afslag naar links naar de [laan] - ter hoogte van het viaduct van de [verkeersweg] – is [geïntimeerde] [appellant] gaan inhalen. [appellant] en [geïntimeerde] hebben elkaar vervolgens geraakt. [appellant] is daarbij naar links gevallen. Of ook [geïntimeerde] is gevallen is tussen partijen in geschil.
- Door deze val heeft [appellant] een ‘pertrochantere femurfractuur’ (hof: een breuk van het dijbeen nabij de heup) aan de linkerzijde opgelopen.
- Naar aanleiding van dit ongeval is een proces-verbaal opgemaakt door de politie, waarin op bladzijde 3 onder meer het volgende staat:
- Ter afwikkeling van de schade heeft [appellant] ‘ [B.V.] B.V.’ ingeschakeld. [B.V.] B.V. heeft [geïntimeerde] meermaals, voor het eerst bij brief van 19 juni 2012, aansprakelijk gesteld voor de schade die [appellant] ten gevolge van het ongeval heeft geleden.
- Op 6 september 2012 heeft [geïntimeerde] telefonisch contact gehad met de toenmalige belangenbehartiger van [appellant] . [geïntimeerde] heeft in dat gesprek gezegd dat het ongeval niet zijn fout was en dat, kort gezegd, [appellant] bij het afslaan bij [geïntimeerde] in de flank is gefietst. De belangenbehartiger heeft [geïntimeerde] gevraagd zijn lezing over de toedracht per e-mail te bevestigen. [geïntimeerde] heeft daarop per e-mail van 6 september 2012 onder meer het volgende meegedeeld aan de belangenbehartiger van [appellant] :
- Op verzoek van [appellant] heeft in verband met zijn geschil met [geïntimeerde] op 22 juli 2013 een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden bij de rechtbank Limburg, locatie Roermond, sector kanton. Bij deze gelegenheid zijn [appellant] en [geïntimeerde] als getuigen gehoord.
- [appellant] heeft als getuige onder meer het volgende verklaard:
- het verstekvonnis van 8 oktober 2014 vernietigd;
- de vordering van [appellant] alsnog afgewezen;
- [appellant] in de proceskosten van de verstekprocedure en de verzetprocedure veroordeeld.