Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het verzoek van de man te bepalen dat de vrouw enig bedrag aan de man dient te voldoen af te wijzen;
- te bepalen dat de man een bedrag van € 33.627,50, de helft van de hypothecaire lening d.d. 3 augustus 2005 van € 67.255,-- aan de vrouw dient te vergoeden;
- te bepalen dat de man een bedrag van € 7.040,10 wegens door de vrouw betaalde termijnen van het krediet, dient te vergoeden;
- te bepalen dat de man een bedrag van € 4.000,--, wegens het door de vrouw voor de man betaalde fototoestel, dient te vergoeden;
- te bepalen dat de man een bedrag van € 152,90, wegens door de vrouw betaalde verzekeringspremies van de telefoon van de man, dient te vergoeden;
- te bepalen dat de man een bedrag een bedrag van € 2.119,50, wegens door de vrouw betaalde naheffingsaanslagen kinderopvangtoeslag, dient te vergoeden.
- te bepalen dat de vrouw in het kader van een vergoedingsrecht aan de man dient te voldoen een bedrag van € 55.615,--, binnen vier weken na de datum van de uitspraak, dan wel binnen een door het hof te bepalen termijn;
- te bepalen dat de vrouw aan de man dient te vergoeden een bedrag van € 33.627,50, zijnde de helft van de hypothecaire lening d.d. 3 augustus 2005, binnen vier weken na de datum van de uitspraak, dan wel binnen een door het hof te bepalen termijn;
- te bepalen dat de vrouw aan de man dient te vergoeden de navolgende bedragen die vermeld zijn in de punten 34 (het hof begrijpt: 31) tot en met 46 van het verweerschrift in hoger beroep tevens incidenteel appel, te weten: € 6.400,--, € 8.000,--, € 5.950,-- € 5.500,--, € 5.900,--, € 8.268,56, € 5.582,--, € 13.618,24, € 11.600,--, € 2.965,-- en € 2.000,--, volgens de man in totaal een bedrag van € 109.411,30, binnen vier weken na de datum van de uitspraak, dan wel binnen een door het hof te bepalen termijn;
- af te wijzen het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man aan haar dient te vergoeden een bedrag van € 7.040,-- ter zake van door haar betaalde termijnen van het krediet;
- af te wijzen het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man aan haar dient te vergoeden een bedrag van € 4.000,-- ter zake van het fototoestel;
- af te wijzen het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man aan haar dient te vergoeden een bedrag van € 152,90 ter zake van door haar betaalde verzekeringspremies en telefoonkosten;
- af te wijzen het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man aan haar dient te vergoeden een bedrag van € 2.119,50 ter zake van door haar betaalde naheffingsaanslagen kinderopvangtoeslag.
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Luijk;
- de man, bijgestaan door mr. Becking.
- de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 19 januari 2017;
- het v6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 20 januari 2017;
- de ter zitting overgelegde stukken, te weten: de pleitnotitie van de advocaat van de vrouw, alsmede de pleitnotitie van de advocaat van de man.
3.De beoordeling
Algehele uitsluiting
- bepaald dat de vrouw in het kader van een vergoedingsrecht een bedrag van € 55.615,-- aan de man dient te voldoen;
- het meer of anders verzochte afgewezen.