Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.Stichting Vieya Wooncorporatie,
2.Casade Woonstichting,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/292597 / HA ZA 14-953)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
precontractuele situatie. Villa Vredeoord heeft in haar brief van 28 april 2014 aangekondigd dat zij een bod zou doen wanneer zij daarvoor de financiering zou verwerven. Dat was gezien de ontbinding van de koopovereenkomst vanwege juist het financieringsvoorbehoud niet op korte termijn te verwachten. In ieder geval heeft Villa Vredeoord in haar brief van 28 april 2014 geen concrete aanwijzingen daarvoor vermeld. Dat Vieya kort daarop de haar ten opzichte van Villa Vredeoord toekomende ruimte heeft benut door een koopovereenkomst te sluiten met een derde, stond haar vrij en kan niet worden aangemerkt als onzorgvuldig of onrechtmatig jegens Villa Vredeoord. Op Vieya rustte op dat moment ook niet de verplichting om de voorgenomen verkoop van het bedrijfspand aan een derde met Villa Vredeoord af te stemmen. Villa Vredeoord had immers de mogelijkheid om het pand zelf te verwerven zojuist voorbij laten gaan.