Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 5210894 CV EXPL 16-6374)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant huurde een woning van geïntimeerde sinds oktober 2013 tegen een maandelijkse huur van €681. Na een conflict waarbij mishandelingen en vernielingen plaatsvonden, stopte appellant met het betalen van huur vanaf augustus 2015. Geïntimeerde vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van huurachterstand.
De voorzieningenrechter wees de vordering tot ontruiming en betaling van €8.172 toe, maar appellant stelde hoger beroep in met meerdere grieven, waaronder opschorting van huurbetaling wegens mishandeling en gebreken in het gehuurde. De huurcommissie had de huurprijs vanaf februari 2016 tijdelijk verlaagd naar €204,30 vanwege ernstige gebreken.
Het hof oordeelde dat opschorting en verrekening niet slaagden omdat mishandeling niet vaststond en de schadevordering onvoldoende aannemelijk was. De huurachterstand werd aangepast op basis van de huurcommissie-uitspraak tot €5.311,80. De ontruiming werd bevestigd omdat de huurachterstand een ernstige tekortkoming vormde. Het hof veroordeelde appellant tot betaling van dit aangepaste bedrag plus wettelijke rente en in proceskosten.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van een aangepaste huurachterstand van €5.311,80 en ontruiming van de woning, terwijl opschorting en verrekening worden afgewezen.