Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 2 februari 2017;
- de brief met bijlage van de GI d.d. 19 juli 2017.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Limburg die haar verzoek tot uitbreiding van omgangscontacten met haar kinderen heeft afgewezen. De kinderen verblijven sinds april 2016 in een pleeggezin en de voogdij is aan een gecertificeerde instelling (GI) toegewezen.
De moeder verzocht om wekelijkse belmomenten en bezoekmomenten eens per twee weken, terwijl de GI de contactmomenten had beperkt tot één belmoment per maand en één bezoekmoment per drie weken onder begeleiding. De GI motiveerde dit met de hechtingsproblematiek en gedragsproblemen van de kinderen, die stabiliteit en rust behoeven.
Het hof nam kennis van psychodiagnostische rapporten waaruit blijkt dat de kinderen ernstige loyaliteitsproblemen en hechtingsproblematiek hebben, mede veroorzaakt doordat de moeder hen nog geen emotionele toestemming geeft om in het pleeggezin op te groeien. Het hof vond dat uitbreiding van de omgangsregeling de kinderen onrust zou bezorgen en niet in hun belang is.
De moeder erkent de situatie maar betwist de oorzaak van de problematiek en voelt zich buitengesloten. Het hof benadrukte dat de huidige regeling bijdraagt aan stabiliteit en dat een nieuwe sturende aanpak tijdens begeleide bezoeken mogelijk ruimte kan bieden voor toekomstige aanpassingen.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank die de omgangsregeling beperkt houdt.
Uitkomst: De beschikking die de omgangsregeling met beperkte contactmomenten handhaaft, wordt bekrachtigd.