Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
,
1.Ontstaan en loop van het geding
[E] .
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd wegens toepassing van het verhoogde btw-tarief van 21% op bouwtermijnen die tussen 1 oktober 2012 en 1 oktober 2013 zijn vervallen. Belanghebbende stelde dat de overgangsregeling van artikel XIX, vijfde lid, van de Wet uitwerking fiscale maatregelen begrotingsakkoord 2013 van toepassing was, omdat de aanneemovereenkomst vóór 28 april 2012 zou zijn gesloten.
Het hof oordeelt dat de samenwerkingsovereenkomst uit 2011 geen bindende aanneemovereenkomst was en dat de definitieve aanneemovereenkomst pas op 3 juli 2012 is gesloten. De feiten en omstandigheden, waaronder de datum van ondertekening, de inhoud van de overeenkomst en de diverse documenten waarop deze is gebaseerd, maken aannemelijk dat de wederzijdse verbintenissen pas na 28 april 2012 voldoende bepaalbaar waren.
De verklaring van de getuige bevestigt dat er vóór die datum nog geen overeenstemming was over essentiële onderdelen zoals meer- en minderwerk en de uiteindelijke prijs. Het beroep van belanghebbende op de overgangsregeling faalt daarom. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond wegens het ontbreken van een vóór 28 april 2012 gesloten bindende aanneemovereenkomst.