Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.De gedingen in hoger beroep
- [appellant 2] ;
- [appellant 4] ;
- Mrs. Ensink en Morssinkhof, advocaten van [appellanten c.s.] ;
- [geïntimeerde] ;
- Mr. Van Hevele, advocaat van [geïntimeerde] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 7 november 2016;
- het procesdossier van eerste aanleg;
- een indieningsformulier d.d. 2 mei 2017 van mrs. Ensink en Morssinkhof (aanvulling productie 8 bij beroepschrift);
- een brief d.d. 9 juni 2017 van mr. A.C.D. van Buuren-Evers, advocaat van [belanghebbende] ;
- een indieningsformulier d.d. 11 augustus 2017 van mrs. Ensink en Morssinkhof (met zeven producties);
- de ter zitting in hoger beroep door mr. Ensink overgelegde en voorgedragen pleitnota;
- de ter zitting in hoger beroep door mr. Ensink overgelegde beëdigde vertaling van een ‘Technical Connection Approval no. [nummer] dated 03/08/2016’ (Roemeens-Engels).
3.De beoordeling
Voorts verwijt de stichting [geïntimeerde] dat hij de stichting bewust heeft misleid en bedrogen door te stellen dat de overgemaakte gelden (zie hierna) zouden worden gebruikt voor aankoop van de Roemeense gronden althans aandelen in [de vennootschap 2] , terwijl de gelden daarvoor in het geheel niet zijn gebruikt.
Evenmin maakt de overeenkomst melding van het door [de vennootschap] op voorhand ontvangen van alle door haar –naar eigen zeggen – gemaakte kosten rond verwerving van gronden en vergunningen ( hierna te noemen de ontwikkelkosten) ter zake waarvan de overeenkomst overigens aangeeft dat [de vennootschap] over die gronden en vergunningen al beschikt. Voor zover het betoog van [geïntimeerde] moet worden begrepen dat [de vennootschap] naast de in de overeenkomst genoemde koopprijs, waarin reeds – aldus begrijpt het hof – de meerwaarde van het geschikt maken van de gronden als zonnepark is verdisconteerd, ook nog de ontwikkelkosten, als verbonden aan dat geschikt maken, apart zou moeten betalen, merkt het hof op dat de overeenkomst ter zake geen voorzieningen bevat.
Deel I ontwikkelkosten aan 42400 per Megawatt Voorschotfaktuur(en dan een nummer, oplopend van 1 tot en met 7). Een toereikende verklaring is door [geïntimeerde] hiervoor niet verstrekt.
Bij de door [geïntimeerde] alleen uitgevoerde betalingen aan [de vennootschap] ad € 5.000,= per keer (als alle uitgevoerd op 15 februari 2016) staat vermeld driemaal “aanbetaling contract [de vennootschap] ”, éénmaal “aanbetaling contract [de stichting] ” en éénmaal “aanbetaling factuur contract [de vennootschap] [de stichting] ”. Door [geïntimeerde] is niet voldoende onderbouwd toegelicht waarom deze betalingen niet in één bedrag maar dan met wetenschap en medewerking van toenmalig bestuurder [belanghebbende] aan [de vennootschap] konden worden overgeboekt.
Deze kan ik dan direct overmaken vrijdag morgen naar de N.V.”,waarbij met N.V. [de stichting] wordt bedoeld en uit het feit dat [appellant 2] ook een afschrift van de mail ontving. Dat [belanghebbende] , op dat moment de andere bestuurder, die moest meetekenen ter uitvoering van de betalingsopdracht, dit wist is gesteld noch gebleken. Dat een lid van de Raad van Toezicht van de stichting ( [appellant 2] ) van de doorbetaling mogelijk - als betrokken bij de [groep] - wist, is niet relevant voor de vraag of [geïntimeerde] hiermee jegens de stichting onrechtmatig handelde of niet.
heb nu volgende afspraak gemaakt voor deze zaakaf te zekeren(onderstreping hof);aanbetaling van 50 K volgende week en ondertekening door [de stichting] notarieel overname 10 procent aandelen [de vennootschap 2] + gronden [gronden] tegen 22 maart (aanbertaling 300 000 K) (…)”.Gezien deze mail is onmiskenbaar de indruk gewekt dat de aanbetaling van 50.000,= en de aanbetaling van 150.000,= zouden worden aangewend voor aanschaf van gronden en of aandelen (of delen daarvan). Tussen partijen is in confesso dat door [de vennootschap] geen gronden of aandelen zijn gekocht of verkregen als in de email van 6 maart 2016 bedoeld.