ECLI:NL:GHSHE:2017:4665
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating wettelijke schuldsaneringsregeling na eerdere regeling binnen tien jaar
In deze civiele zaak hebben appellanten verzocht om vernietiging van het vonnis van de rechtbank Limburg, die hun verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling had afgewezen. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro (Fw) een imperatieve afwijzingsgrond bestond omdat de appellanten binnen tien jaar eerder een schuldsaneringsregeling hadden gehad die was geëindigd met een schone lei.
Appellanten stelden dat zij te goeder trouw waren, dat de nieuwe schulden niet aan hen te wijten waren en dat zij actief hadden geprobeerd tot een minnelijk akkoord te komen. Zij voerden aan dat de regeling sociaal-maatschappelijk bedoeld is om schuldenaren in benarde situaties te helpen en dat zij saneringsrijp zijn. Desondanks erkende het hof dat artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro een imperatieve afwijzingsgrond is, die geen ruimte laat voor uitzonderingen, ook niet in schrijnende gevallen.
Het hof benadrukte dat de wetgever bewust heeft gekozen voor strenge toelatingscondities om de instroom en werklast te beheersen. De Hoge Raad heeft bevestigd dat de tienjaarstermijn niet doorbroken kan worden, ook niet als schulden te goeder trouw zijn ontstaan na een eerdere regeling met schone lei. Gezien het feit dat de eerdere regeling van appellanten op 9 augustus 2008 is geëindigd en de uitzonderingen niet van toepassing zijn, concludeert het hof dat de rechtbank terecht het verzoek heeft afgewezen.
Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Een beoordeling van de vraag of de nieuwe schulden te goeder trouw zijn ontstaan, is niet meer aan de orde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens eerdere regeling binnen tien jaar.