Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/287265)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
“(…) Koper wil met ingang van 24 april 2012. afrasteringen plaatsen en verkopen voor eigen rekening en wil de hiervoor bestemde dealerschappen, machines, gereedschappen en voorraden overnemen van verkoper.
dezecontext moeten de bepalingen over goodwill en provisie in de overnameovereenkomst (zie hiervoor 3.1.2) worden bezien. Dat [appellante] goodwill – de gekapitaliseerde waarde van de winstcapaciteit van een onderneming – heeft overgedragen aan [geïntimeerde] brengt niet zonder meer mee dat [geïntimeerde] mocht verwachten dat [appellante] zich zou onthouden van concurrerende activiteiten waarmee inbreuk wordt gemaakt op deze winstcapaciteit. Wel is dit bij de onderhavige beoordeling een belangrijke factor. Uit de verklaringen van de heer [bestuurder van appellante] en de heer [geïntimeerde] tijdens het pleidooi leidt het hof af dat zij de overnameovereenkomst gezamenlijk met hun boekhouders hebben opgesteld, maar dat zij geen juridische bijstand hebben gehad. Dat in de overnameovereenkomst niet tevens niet met zoveel woorden een non-concurrentiebeding is opgenomen, is daarom van minder betekenis. In de overnameovereenkomst is bepaald dat [geïntimeerde] € 100.00,00 betaalt als goodwill. Dat aan dit bedrag geen nauwkeurige berekening ten grondslag ligt, doet er niet aan af dat partijen overeengekomen zijn dat goodwill wordt overgedragen. [appellante] stelt dat de bepaling over goodwill in de overnameovereenkomst is opgenomen omdat [geïntimeerde] anders de financiering niet rond kreeg. Daargelaten dat [geïntimeerde] dit gemotiveerd heeft betwist, zodat dit niet vast staat, doet ook dit er niet aan af dat partijen overeengekomen zijn dat goodwill wordt overgedragen. [appellante] heeft aangevoerd dat het begrip goodwill niet gedefinieerd is in de overnameovereenkomst. Aan dit argument gaat het hof voorbij. Gesteld noch gebleken is dat Van [appellante] destijds niet begreep wat onder goodwill moet worden verstaan.
nieuweopdracht rechtsreeks plaatst bij [geïntimeerde] , [geïntimeerde] ook provisie moet betalen aan [appellante] meent dat dit het geval is. [geïntimeerde] weerspreekt dat.