Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes op basis van een vermoeden van inkomsten uit een hennepkwekerij, na een politie-inval waarbij jonge hennepplanten werden aangetroffen. De rechtbank had een vermoeden aangenomen dat leidde tot een hogere belastingaanslag en boetebeschikking.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de rechtbank de goede procesorde heeft geschonden door belanghebbende niet vooraf te informeren over het vermoeden en hem geen gelegenheid te geven dit te weerleggen. Bovendien heeft de inspecteur onvoldoende bewijs geleverd dat belanghebbende daadwerkelijk oogsten heeft verkocht of belastbare inkomsten heeft genoten uit de kwekerij.
Het hof stelt vast dat een negatief privévermogen uit een vermogensvergelijking onvoldoende is om belastingheffing te rechtvaardigen zonder aanvullend bewijs. Daarom wordt de aanslag verminderd tot het door belanghebbende opgegeven inkomen en de boetebeschikking vernietigd. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.