ECLI:NL:GHSHE:2017:5278
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende saneringsrijpheid en niet-goedertrouwheid
Appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van ruim €35.000, waaronder preferente belastingschulden en een schuld aan de Dienst Uitvoering Onderwijs. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen en zich zou inspannen voor de boedel.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij al jaren hulpverlening ontvangt voor zijn persoonlijkheidsstoornis en schuldenproblematiek, en dat hij inmiddels stabiel is en in staat om aan de verplichtingen te voldoen. Hij erkende psychosociale problemen maar stelde dat hij met de hulp van gespecialiseerde thuisbegeleiding voldoende stabiliteit heeft bereikt.
Het hof oordeelde dat appellant nog steeds kampt met psychosociale problemen die niet duurzaam beheersbaar zijn, wat een toelating tot de schuldsanering op dit moment te vroeg maakt. Daarnaast is sprake van een aanzienlijke belastingschuld die niet te goeder trouw is ontstaan en ontbreekt onderbouwing van zakelijke schulden. Ook is onduidelijk wanneer veel schulden zijn ontstaan. Gelet op deze omstandigheden bevestigt het hof de afwijzing van het verzoek.
Het hof benadrukt dat een premature toelating ernstige gevolgen kan hebben, zoals voortijdige beëindiging van de regeling en een tienjarige wachttijd voor een nieuw verzoek. Het arrest bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Limburg van 10 oktober 2017.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.