Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en hebben een eerdere alimentatieverplichting. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die de kinderalimentatie verhoogde naar €361 per kind per maand vanaf oktober 2015. Het hof stelt vast dat sprake is van een wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling rechtvaardigt.
Het hof bepaalt dat de wijziging van de alimentatie ingaat op 29 januari 2015, de datum van het inleidend verzoekschrift, omdat de vrouw vanaf die datum rekening kon houden met een wijziging. De behoefte van de kinderen wordt geïndexeerd vastgesteld, en de draagkracht van beide ouders wordt nauwkeurig berekend, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen uit loon, winst uit onderneming, woonlasten en een leenschuld van de man.
De man heeft in 2015 geen draagkracht, in 2016 een minimale draagkracht van €7 per kind per maand en vanaf 2017 een draagkracht van €115 per kind per maand. Omdat de gezamenlijke draagkracht onvoldoende is om in de behoefte te voorzien, wordt geen draagkrachtvergelijking toegepast. De man hoeft teveel betaalde alimentatie niet terug te vorderen. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen een relatie hadden en het geschil over de bijdrage aan de kinderen gaat.