Uitspraak
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven met twee producties (nr. 12 en nr. 13) en wijziging en vermeerdering van eis.
3.De beoordeling
3 maanden na verkrijgen van splitsingsvergunningof zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen (…).
9 weken nadat koper een schriftelijke bevestiging heeft ontvangen van verkoper dat de splitsingsvergunning is verleendeen schriftelijke door een bankinstelling afgegeven bankgarantie doen stellen voor een bedrag van
€ 18.470,-(…).
acht weken na door verkoper aan koper schriftelijk de ontvangstbevestiging is verstrekt dat de splitsingsvergunning is verleendkoper voor de financiering van de onroerende zaak voor een bedrag van
€ 184.700,- plus kosten koper(…) geen hypothecaire geldlening of het aanbod daartoe van een erkende geldverstrekkende bankinstelling heeft verkregen:
dus uiterlijk tot en met woensdag 6 april 2016, de tijd om alsnog aan uw verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst te voldoen en daarvan aan mij bewijs te overleggen. Blijft u desalniettemin in gebreke, heb ik opdracht van cliënte de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. U verbeurt dan tevens een contractuele boete van € 18.470,00 (…).”
- I. hoofdelijke veroordeling van [appellant] en [notaris] tot betaling aan [geïntimeerde] van € 18.450,00, te vermeerderen met wettelijke rente;
- II. veroordeling van [appellant] tot betaling aan [geïntimeerde] van € 20,00, te vermeerderen met wettelijke rente;
- een verklaring voor recht dat de door [geïntimeerde] uitgesproken buitengerechtelijke ontbinding van 8 april 2016 onrechtmatig was;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van € 29.300,00, te vermeerderen met wettelijke rente;
- veroordeling van [geïntimeerde] om te gehengen en gedogen dat [notaris] het bedrag van € 18.450,- dat op haar kwaliteitsrekening staat, vrij zal geven aan [appellant] ;
- [appellant] is niet tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. De door [geïntimeerde] ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst heeft daarom geen effect gehad. [geïntimeerde] kan dus geen aanspraak maken op de contractuele boete. De vorderingen in conventie moeten daarom worden afgewezen (rov. 4.3 tot en met 4.15).
- [geïntimeerde] kan de koopovereenkomst niet meer nakomen, omdat zij het deel van de woonboerderij dat zij aan [appellant] heeft verkocht, inmiddels heeft verkocht en geleverd aan [derde 1] en [derde 2] . [geïntimeerde] heeft dus geen belang meer bij de door [appellant] gestorte waarborgsom. De vordering in reconventie, ertoe strekkend dat [geïntimeerde] moet gehengen en gedogen dat [notaris] het bedrag van € 18.450,- dat op haar kwaliteitsrekening staat, vrij zal geven aan [appellant] , is daarom toewijsbaar (rov. 4.16).
- De door [appellant] in reconventie gevorderde verklaring voor recht dat de door [geïntimeerde] ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding onrechtmatig was, moet worden afgewezen (rov. 4.17).
- Omdat de verklaring voor recht dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld, wordt afgewezen, moet ook de daarop voortbordurende door [appellant] in reconventie gevorderde schadevergoeding van € 29.300,00 worden afgewezen. Die vordering moet bovendien worden afgewezen omdat de gevorderde schadevergoeding onvoldoende onderbouwd is (rov. 4.18 tot en met 4.21).
- de vorderingen van [geïntimeerde] in conventie afgewezen;
- [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding in conventie aan de zijde van [appellant] veroordeeld;
- [geïntimeerde] in de proceskosten aan de zijde van [notaris] veroordeeld;
- het vonnis in conventie ten aanzien van de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- [geïntimeerde] in reconventie veroordeeld om de gehengen en gedogen dat [notaris] het bedrag van € 18.450,-- op haar kwaliteitsrekening zal vrijgeven aan [appellant] ;
- de proceskosten van het geding in reconventie gecompenseerd, aldus dat elke partij in reconventie de eigen kosten moet dragen;
- het in reconventie meer of anders gevorderde afgewezen.
- een kennelijke verschrijving in de kop van het vonnis van 8 maart 2017 hersteld;
- de in het vonnis van 8 maart 2017 in reconventie uitgesproken veroordeling alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- een verklaring voor recht dat de door [geïntimeerde] uitgesproken buitengerechtelijke ontbinding van 8 april 2016 onrechtmatig was, dan wel een verklaring voor recht dat er geen grond was voor de door [geïntimeerde] uitgesproken buitengerechtelijke ontbinding van 8 april 2016 en dat het niet leveren van de woning aan [appellant] wanprestatie aan de zijde van [geïntimeerde] opleverde;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van € 18.470,-- ter zake de contractuele boete van 10% van de koopsom;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van en aanvullende schadevergoeding van (€ 27.800,-- min € 18.470,-- is) € 9.330,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 april 2016;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van € 14.037,97 ter zake de tot op het moment van indienen van de memorie van grieven gemaakte kosten van verhaal.