Uitspraak
7 december 2017inzake
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gehuwd sinds 1980 en gescheiden bij beschikking van de rechtbank Limburg van 13 september 2016, ingeschreven op 7 februari 2017.
In hoger beroep staat de hoogte van de door de man te betalen partneralimentatie ter discussie. De vrouw vordert verhoging naar € 2.750,- bruto per maand, stellende dat de man zijn inkomen heeft gemanipuleerd en onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn werkelijke draagkracht, onder meer door het niet overleggen van relevante loon- en inkomensgegevens.
De man betwist dit en verwijst naar een gemiddeld inkomen over 2013-2015 en zijn dienstbetrekking vanaf juni 2016. Het hof stelt vast dat de man onvoldoende stukken heeft overgelegd om zijn actuele draagkracht vanaf 7 februari 2017 te kunnen beoordelen, ondanks herhaalde verzoeken en de mogelijkheid daartoe.
Gezien het ontbreken van deze informatie en de gemotiveerde betwisting door de vrouw, wordt de man geacht volledig in de aanvullende behoefte van de vrouw te kunnen voorzien. Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de alimentatie betreft en bepaalt de maandelijkse bijdrage op € 2.750,- bruto met ingang van 7 februari 2017.
Uitkomst: De man moet vanaf 7 februari 2017 maandelijks € 2.750,- bruto partneralimentatie betalen aan de vrouw.