In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een onderaannemer en een leverancier over de levering en montage van ruitleien aan gevels van een bouwproject. De onderaannemer betaalde een deel van de factuur, maar weigerde het restant wegens ontevredenheid over de kwaliteit van het werk. De kantonrechter veroordeelde de onderaannemer tot betaling van het restantbedrag met rente en kosten, en wees haar vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogt de onderaannemer dat de leverancier in verzuim is geraakt zonder dat een ingebrekestelling is vereist, omdat de leverancier al mondeling op de gebreken was gewezen en geen herstel verrichtte. Het hof onderzoekt of de e-mails van de onderaannemer voldoen aan de wettelijke eisen voor een ingebrekestelling en concludeert dat deze onvoldoende duidelijk zijn over de gebreken en nakomingstermijn.
Het hof overweegt dat verzuim zonder ingebrekestelling kan intreden als uit de houding van de schuldenaar blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn. De onderaannemer mag zich beroepen op de schriftelijke aansprakelijkstelling in een e-mail van juli 2015, mits zij bewijs levert van de ondeugdelijkheid en herhaalde herstelgelegenheid. Het hof staat bewijsopname toe en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd.