Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4592277 CV EXPL 15-13204)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met twee producties;
- de memorie van antwoord met twee producties.
3.De beoordeling
- [geïntimeerde] handelt onder de naam [Cars] in gebruikte personenauto’s.
- Volgens de als productie 4 bij de inleidende dagvaarding overgelegde informatie van de RijksDienst voor het Wegverkeer (RDW) is een Opel Corsa met bouwjaar 2013 en kenteken [kenteken] (hierna: de auto) op 8 juni 2015 op naam gesteld van [appellant] . Tussen partijen staat vast dat [appellant] op of omstreeks die datum eigenaar is geworden van de auto.
- [appellant] heeft de auto kort daarna te koop aangeboden.
- Op of omstreeks dinsdag 21 juli 2015 heeft zich een belangstellende voor de auto bij de woning van [appellant] gemeld. Enige tijd na aankomst is deze belangstellende in het bezit van de autopapieren, de autosleutel en reservesleutel met de auto weggereden bij de woning.
- Volgens de informatie van de RDW is de auto op dinsdag 21 juli 2015 om 17:55 uur op naam van [getuige] overgeschreven. De auto heeft tot vrijdag 24 juli 2015 op naam van [getuige] gestaan. Op die dag is de auto op naam van [geïntimeerde] gesteld.
- Op vrijdag 24 juli 2015 heeft [echtgenote van appellant] , echtgenote van [appellant] , namens [appellant] aangifte gedaan bij de politie van een gepleegd strafbaar feit. In het proces-verbaal van aangifte staat als verklaring van [echtgenote van appellant] onder meer het volgende:
- [geïntimeerde] heeft de auto op zijn website te koop aangeboden.
- Op verzoek van [appellant] is met verlof van de voorzieningenrechter op 23 oktober 2015 in de showroom van [geïntimeerde] conservatoir beslag gelegd op de auto, waarna de auto bij een gerechtelijke bewaarder is gestald.
- Bij e-mail van 6 mei 2016 heeft [getuige] aan de toenmalige advocaat van [appellant] geschreven:
- [geïntimeerde] heeft de auto overgedragen gekregen van iemand die daar niet toe bevoegd was (rov. 3.1).
- Volgens artikel 3:86 BW Pro kan [appellant] de auto dan in twee gevallen terugeisen van [geïntimeerde] : indien [geïntimeerde] te kwader trouw is en indien de auto bij [appellant] gestolen is (rov. 3.2).
- Dat [geïntimeerde] te kwader trouw is geweest is niet gesteld en blijkt nergens uit (rov. 3.3).
- Van diefstal is geen sprake geweest (rov. 3.4).
- primair: veroordeling van [geïntimeerde] tot teruggave van de auto met kenteken [kenteken] , alsmede de bij de auto behorende sleutels en kentekenbewijzen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,-- voor elke dag dat [geïntimeerde] na betekening van het te wijzen arrest weigert de personenauto aan [appellant] te retourneren, met bepaling van een maximum van € 9.845,-- waarboven geen verdere dwangsommen worden verbeurd;
- subsidiair, voor zover teruggave van de auto niet meer mogelijk zou zijn, veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een schadevergoeding van € 9.845,--, vermeerderd met wettelijke rente;
- A. de auto op 21 juli 2015 bij hem is gestolen;
- B. althans dat de auto op die dag niet door hem is verkocht zodat hij op die dag de eigendom van de auto niet heeft prijsgegeven;
4.De uitspraak
- A. dat de man die zich op 21 juli 2015 bij hem heeft gemeld als belangstellende voor de Opel Corsa, op die dag in de woning van [appellant] zonder toestemming van [appellant] de autopapieren en de sleutels heeft gepakt en vervolgens zonder toestemming met de auto is weggereden;
- B. althans dat de auto op die dag niet door [appellant] is verkocht zodat hij op die dag de eigendom van de auto niet heeft prijsgegeven;
- C. dat hij (via zijn zoon) de door hem genoemde koopsom van € 7.850,-- op of omstreeks 24 juli 2015 daadwerkelijk aan [getuige] heeft betaald;
- D. dat hij, toen hij op of omstreeks 24 juli 2015 van [getuige] de Opel Corsa kocht, geen aanleiding had om te vermoeden dat de auto niet aan [getuige] toebehoorde;