ECLI:NL:GHSHE:2017:5522
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goed vertrouwen
Appellant verzocht de rechtbank om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van ruim €210.000, waaronder belastingschulden, een schuld aan het CJIB en het LBIO. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn aangifteverplichtingen had nagekomen, betalingsregelingen had getroffen en een deel van de schulden had afgelost. Hij stelde dat hij niet op de hoogte was van een mogelijkheid tot nihilstelling van alimentatieschulden en dat hij financieel niet in staat was een advocaat in te schakelen. Tevens stelde hij dat hij zijn financiële situatie onder controle had gekregen en voldoende mogelijkheden had om aan de verplichtingen te voldoen.
Het hof oordeelde dat belastingschulden en boetes van het CJIB naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan. Appellant had onvoldoende bewijs geleverd om dit te weerleggen. Ook was de actuele schuldenpositie onduidelijk doordat niet alle schulden waren onderbouwd en appellant niet kon aangeven wie de oorspronkelijke schuldeisers waren. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had gekregen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens ontbreken van goed vertrouwen.