Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/12/85465/HA ZA 12-239)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Holding [Holding groep] Groep was op haart beurt vanaf 30 december 2003 enig bestuurder van [Groep aanneming] Groep Aanneming B.V. (verder: [Groep aanneming] Groep Aanneming) en [Groep handel] Groep Handel B.V. (verder: [Groep handel] Groep Handel).
De huurkoopovereenkomst is aangegaan voor de duur van vier jaar (48 maanden) met een huursom van € 5.365,49 per maand (exclusief btw). De betalingen zouden voor de eerste maal dienen te geschieden op 1 mei 2010. De laatste termijn zou betaald moeten worden op 1 april 2014.
Artikel 1 leaseovereenkomst Pro; Object; eigendom1. [AAL] , hierna te noemen [AAL] , en de Cliënt hebben een leaseovereenkomst gesloten op grond waarvan [AAL] aan de Cliënt het in de leasovereenkomst gespecificeerde object, hierna te noemen: “het Object” in gebruik ter beschikking stelt gelijk de Cliënt het Object in gebruik neemt voor de overeengekomen periode en tegen de overeengekomen periodieke betalingen.2. Zowel het Object als de desbetreffende leverancier van het Object zijn door de Cliënt zelf gekozen. [AAL] zal de kooprijs van het Object aan de leverancier voldoen. Na eigendomsoverdracht van het Object door de leverancier aan [AAL] , zal [AAL] het Object aan Cliënt in gebruik geven. [AAL] blijft eigenares van het Object. De Cliënt houdt het Object voor [AAL] onder zich. Aan de Cliënt komen evenwel alle fiscale rechten met betrekking tot het Object toe. [AAL] zal zich onthouden van elke aanspraak op de fiscale rechten. Gedurende de looptijd van de leaseovereenkomst is het risico van het Object voor rekening van de Cliënt.(…)”