Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 19 september 2016;
- de brief van de GI d.d. 2 januari 2017.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, die sinds 2015 uit huis is geplaatst vanwege een onveilige situatie en ernstige gedragsproblemen. De moeder betoogt dat de problemen vooral door de vader zijn veroorzaakt en dat zij inmiddels in staat is om de benodigde rust en structuur te bieden.
De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de opvoeding van de minderjarige specifieke vaardigheden vereist die de moeder niet bezit, mede door haar persoonlijke problematiek en onvoldoende leerbaarheid. De GI benadrukt dat het toekomstperspectief van het kind elders ligt, zoals in een pleeggezin of gezinshuis.
Het hof oordeelt dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De minderjarige heeft ernstige gedragsproblemen die gespecialiseerde zorg vereisen, welke de moeder niet kan bieden. Een nader onderzoek acht het hof niet passend vanwege de onrust die dit zou veroorzaken. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank Limburg bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.