Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 23 augustus 2016;
- een akte zijdens [appellanten c.s.] d.d. 20 september 2016;
- een antwoordakte zijdens Wooninc. d.d. 18 oktobver 2017.
9.De verdere beoordeling
ECLI:NL:HR:2014:525 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:525)). In zijn uitspraak overweegt de Hoge Raad dat tijdens het bewind het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen niet toekomen aan de rechthebbende, maar aan de bewindvoerder, met inachtneming van de in de wet vermelde voorwaarden (art. 1:438 leden Pro 1 en 2 BW). De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte (art. 1:441 lid 1 BW Pro). Hiermee strookt, aldus de Hoge Raad, dat de bewindvoerder in een eventueel geding over een onder bewind gesteld goed optreedt als formele procespartij ten behoeve van de rechthebbende.