Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het indieningsformulier met bijlage (productie 4) van de advocaat van [appellante] d.d. 2 februari 2018;
- de ter zitting door mr. Deliran overgelegde en voorgedragen pleitnotities.
3.De beoordeling
3.1. Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen”. Gelet hierop gaat het hof ervan uit dat ook is voldaan aan het vereiste van art. 285 eerste Pro lid aanhef en onder f (de minnelijke regeling). [appellante] heeft de onjuistheid hiervan onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt.