ECLI:NL:GHSHE:2018:1088
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken schade bij renteswapovereenkomst ondanks zorgplichtschending
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de vennootschap schade had geleden door de handelwijze van de bank bij het aangaan van renteswapovereenkomsten. Het hof bevestigde dat de bank haar zorgplicht had geschonden, maar oordeelde dat de vennootschap geen schade had geleden die voor vergoeding in aanmerking kwam, omdat zij met kennis van zaken een bewuste keuze had gemaakt voor een vaste rente voor 15 jaar.
De vennootschap had zich geconformeerd aan de berekening van de bank waaruit bleek dat geen sprake was van schade. Het hof overwoog dat de vraag welk product achteraf gezien geschikter of gunstiger zou zijn geweest niet relevant was. Verder werden de vorderingen tot vergoeding van schade, verklaringen voor recht en kosten afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en wees de vorderingen van de vennootschap af. De vennootschap werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in incidenteel appel werd geen beslissing genomen.
Uitkomst: De vorderingen van de vennootschap worden afgewezen wegens het ontbreken van schade ondanks een veronderstelde zorgplichtschending.