ECLI:NL:GHSHE:2018:1197
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging einde schuldsaneringsregelingen zonder toekenning schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 15 maart 2018 uitspraak gedaan in hoger beroep over het einde van de schuldsaneringsregelingen van twee appellanten. De rechtbank Limburg had eerder geoordeeld dat appellanten toerekenbaar tekortschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, waardoor geen schone lei werd verleend.
Appellanten voerden aan dat zij budgetbeheer hadden, dat hun inkomsten bekend waren bij de bewindvoerder, en dat zij zich voldoende hadden ingespannen om aan hun verplichtingen te voldoen. Zij stelden dat zij een betalingsregeling met het CJIB hadden getroffen en verzochten om verlenging van de regeling. De bewindvoerder betwistte deze stellingen en stelde dat appellanten onvoldoende informatie verstrekten, nieuwe schulden lieten ontstaan, en onvoldoende solliciteerden.
Het hof stelde vast dat appellanten hun informatie- en afdrachtplicht niet naar behoren nakwamen, nieuwe schulden lieten ontstaan en een boedelachterstand hadden opgebouwd. Tevens was geen concreet plan voor het inlopen van de schulden overgelegd. Appellanten waren herhaaldelijk gewaarschuwd en hadden geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zich mondeling te verdedigen.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van een plan van aanpak, oordeelde het hof dat de tekortkomingen toerekenbaar waren en dat verlenging van de schuldsaneringsregelingen niet gerechtvaardigd was. Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de rechtbank die het einde van de schuldsaneringsregelingen zonder toekenning van de schone lei bevestigden.
Uitkomst: De schuldsaneringsregelingen van appellanten eindigen zonder toekenning van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen.