Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
5 Het verdere verloop van het geding
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
daardoorschade ten bedrage van € 16.976,61 heeft geleden waarvoor [geïntimeerde] aansprakelijk is. Voor bewijslevering als door (de bewindvoerder van) [onder bewind gestelde] aangeboden is bij deze stand van zaken geen grond aanwezig. Dit betekent dat de vordering van (de bewindvoerder van) [onder bewind gestelde] niet voor toewijzing vatbaar is, zodat het hof tot hetzelfde resultaat komt als de kantonrechter in het eindvonnis van 16 maart 2016. De grieven worden verworpen en het vonnis wordt bekrachtigd met veroordeling van [de bewindvoerder] in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in de kosten van het hoger beroep.