Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
- Het gemiddelde verschil tussen het niveau van het maaiveld aan de voor- en achterzijde van de schutting bedraagt 7 centimeter. Op de locatie waar het verschil het grootst is, blijkt de schutting juist in geringe mate voorover te hellen.
- Hoewel de betonnen schutting duidelijk achterover hangt (gemeten scheefstand maximaal 10 centimeter), blijkt de betonnen schutting aan de onderzijde niet of nauwelijks horizontaal te zijn verplaatst ("blijkt niet opzij te zijn gedrukt").
i) Met betrekking tot het ophogen van het [veldweg]
van de buurman, rechts” (cursivering hof) en “Het pad is wel degelijk opgehoogd. Dit is visueel vast te stellen en met name in de berm te zien”. Daarbij verdient opmerking dat de omstandigheid dat het pad hoger is dan de tuin van de buurman, nog niets zegt over de vraag of het pad met 25 à 30 cm is opgehoogd nadat [appellant] de schutting op zijn perceel heeft geplaatst.
daaromniet voldaan is aan de onderhoudsplicht ten aanzien van die weg. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt dit verband niet zonder meer vast te stellen en [appellant] heeft wat dat betreft dan ook onvoldoende gesteld.