Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, houder van aandelen in een Nederlandse vennootschap, emigreerde in 2009 naar België en verzocht in 2015 om vaststelling van de verkrijgingsprijs van zijn aandelen. De Inspecteur stelde deze vast op de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van €18.600, terwijl belanghebbende een hogere waarde wenste gebaseerd op de waarde per datum beschikking minus vervreemdingsvoordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat de verkrijgingsprijs bij remigratie alleen kan worden vastgesteld op het moment dat de belastingplichtige daadwerkelijk in Nederland gaat wonen. Omdat belanghebbende ten tijde van het verzoek en beschikking nog niet in Nederland woonde, kon de waarde in het economische verkeer niet worden bepaald.
De remigratie vond plaats na de beschikking, waardoor de Inspecteur niet verplicht was hiermee rekening te houden. Belanghebbende kan wel een nieuw verzoek indienen na remigratie. Het hof wijst erop dat de verkrijgingsprijs dan opnieuw vastgesteld kan worden, maar dat de huidige beschikking terecht de historische verkrijgingsprijs hanteert.
Uitkomst: Het hof bevestigt de historische verkrijgingsprijs van €18.600 en wijst het hoger beroep af.