Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de bewindvoerder en de man, bijgestaan door mr. C.R.N. de Boer, waarnemend voor mr. Hendriks;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Kammers.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak ging het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg waarin de man werd veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De man ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet en is onder bewind gesteld. De bewindvoerder voert aan dat de man geen draagkracht heeft voor kinderalimentatie en verzoekt vernietiging van de beschikking.
Het hof stelt vast dat partijen het in eerste aanleg eens waren over de behoefte van de kinderen, maar dat de rechtbank een hogere alimentatie voor een van de kinderen had vastgesteld dan overeengekomen. Het hof oordeelt dat de man door zijn uitkering geen draagkracht heeft en dat ook een minimale bijdrage van € 25,- per kind per maand niet op zijn kan kan worden gelegd, mede gelet op de omgangsregeling en de zorgkosten die de man maakt.
Verder overweegt het hof dat de vrouw eveneens een uitkering ontvangt en dat de door haar ontvangen kinderalimentatie door de gemeente op haar uitkering is verrekend, zodat de alimentatie niet extra ten goede kwam aan de kinderen. Daarom wordt de vrouw verplicht om teveel ontvangen alimentatie terug te betalen aan de man.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover het kinderalimentatie betreft en wijst het verzoek van de vrouw af. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot kinderalimentatie af en beveelt terugbetaling van teveel ontvangen alimentatie door de vrouw.