ECLI:NL:GHSHE:2018:1501
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing en schorsing voorlopige hechtenis na veroordeling
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het verzoek van verdachte tot opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis. De verdachte beriep zich op het recht om zijn berechting in vrijheid af te wachten, gebaseerd op artikel 5 lid 1 sub c EVRM Pro. Het hof overwoog echter dat dit recht niet geldt nadat een bevoegde rechter een veroordeling heeft uitgesproken, waardoor de vrijheidsbeneming berust op artikel 5 lid 1 sub a EVRM Pro.
De voorlopige hechtenis werd verlengd met 120 dagen en het verzoek tot opheffing werd afgewezen omdat de gronden voor de hechtenis onverkort van kracht zijn. Ten aanzien van het verzoek tot schorsing stelde het hof dat alleen bijzondere, zwaarwichtige omstandigheden tot schorsing kunnen leiden, waarbij het maatschappelijk belang moet wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte.
Er werden geen dergelijke omstandigheden aangevoerd. Het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en de wens om naar huis terug te keren en voor zijn honden te zorgen, zijn onvoldoende om het belang van de samenleving te laten wijken. Hoewel verdachte zich tijdens een eerdere schorsing aan voorwaarden hield, vereist een veroordeling een hernieuwde belangenafweging waarbij het maatschappelijk belang zwaarder weegt.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing af en handhaafde de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt verlengd.